![]() |
|
TUINTIPS VOOR DE MAAND FEBRUARI
Februari
is meestal een erg rustige tijd voor de tuin. Zeker als het vriest of als er sneeuw ligt kunt u vrijwel niets doen.
Het schept ook mogelijkheden het tuinontwerp nog eens rustig te bezien
en eventueel veranderplannen te bedenken.
Ook kunt u nu al vast gaan denken aan welke planten of zaden u wilt
aanschaffen.
Tuintip
snoeien:
Snoeien
kan alleen op een mooie droge dag. Bloedende soorten hebben absolute prioriteit.
Tuintip
vijver:
U
mag in februari geen werkzaamheden aan de vijver uitvoeren.
Controleer alleen of er geen schade door vorst optreedt en of de luchtvoorziening
in orde is.
Als
u een nieuwe vijver wilt gaan aanleggen, dan is bij vorstvrij weer februari
ook een goede tijd deze alvast uit te graven en de vorm uit te zetten.
Tuintip
aanplanting:
Heesters
en bomen die bladverliezend zijn kunnen als het niet vriest worden aangeplant,
of verplant.
Tuintip
kuipplanten:
Controleer
of potten met kuipplanten die buiten overwinteren niet vol water komen te
staan. Vaak raken de gaten in de pot verstopt.
Zaaien
van eenjarige:
In
de loop van deze maand kunnen verschillende soorten eenjarige in de kamer
of kas worden gezaaid. In een zakje
zaad uit de winkel zit ruim voldoende zaad voor de plantbehoefte van een gemiddelde
tuin. Het zelf zaaien op opkweken is heel boeiend
en absoluut niet moeilijk.
Vul
een vierkante plastic bloempotje tot aan de rand met zaaigrond, druk de grond
iets aan, dan pas zaaien. Het zaaien gaat het beste als de bovenkant van het
zakje eraf knipt, met duim en middelvinger het zakje openduwt en daarna met
de wijsvinger tegen het horizontaal gehouden zakje tikt. De zaden rollen dan
naar voren en vallen in het zaaipotje. Na
het zaaien het zaad afdekken met een heel dun laagje grond en met een bloemspuitje
alles nat maken.
Afdekmateriaal:
Houdt
u tijdens strenge vorst ook een oogje op de tweejarige. Dek violen, madeliefjes
en ander tweejarige af met dennentakken, afdekvlies of rietmatten en haal
het beschermmateriaal weer weg als het gaat dooien. De planten belonen deze
extra zorg met een uitbundige bloei in het vroege voorjaar. Sneeuwklokjes
kunt u echter ook tijdens de bloei delen.
Plant ze op dezelfde diepte als ze stonden.
Aanlegwerk:
In
de winter kunt u zware klussen onderhanden nemen. In die periode kunt u zich
warm werken bij het aanleggen van een vijver, het maken van een
pad of het plaatsen van schutting of pergola. Als darbij vaste planten
of bladverliezende heesters in de weg staan kunt u die met een grote kluit
rooien en tijdelijk ergens anders neerzetten. Kuil ze wel direct weer op,
want als het plats weer gaat vriezen, moeten de wortels wel goed beschermd
zijn.
Tip
voor wortelstek te nemen:
Als de grond een paar dagen niet bevroren is, kunt u snel even wat wortelstek
nemen van bijvoorbeeld Dicentra spectabilis, Brunnera macrophylla, Echinops, Phlox panicaluta, Ailanthus, Aralia, Catalpa, Robinia en Paulownia. Op een
behaaglijke, warme plek binnen kunt u de stekken dan verder klaarmaken. Maak
van de wortels stukjes van 2 a 5 cm en leg ze horizontaal en een zaaikist
of grote bloempot met stekgrond. Dek ze vervolgens af met 1.5 cm grond, maak
het even net en zet de kistjes of potten daarna op een warme plek. Op deze
manier kunt u van bovengenoemde soorten vrij eenvoudig grotere aantallen kweken.
Snoeien:
Bladverliezende bomen en heesters kan u in de wintermaanden,
tijdens vorstvrij weer, snoeien. Het
is daarbij belangrijk om op een paar zaken te letten : Gewassen die in
het vroege voorjaar bloeien, worden nu niet gesnoeid maar pas na de bloei.
Bij het snoeien knipt u eerst de dode en beschadigde takken weg, daarna begint
u aan de vormsnoei. Wees terughoudend met snoeien. Hoe meer takken u wegneemt,
hoe sterker de groei van de nieuwe scheuten zal zijn. Rozen en Buddleja’s snoeit u pas in maart.
Een aantal laatbloeiende clematissoorten en variëteiten
die aan het eind van de zomer bloeien, moeten in de winter gesnoeid worden.
Dit is heel eenvoudig, want u knipt gewoon alles op 30 cm boven de grond af.
Deze snoeimethode geldt ondermeer voor C. viticella,
C. jackmanii groep, C. texensis en
C. tangutica.
Spitten:
De plantvakken voor eenjarige kunt u nu spitten. Maar pas op : sneeuw
mag niet onder worden gespit. Sneeuw dooit zich onder een laag grond slechts
langzaam en de grond blijft daardoor heet lang koud. Laat de grond in kluiten liggen en hark of steek
het niet fijn. Na een vorstperiode is de gespitte grond prachtig verkruimeld
en ideaal om in te planten.
U kunt de grond verbeteren en de voedselvoorraad weer aanvullen door voor
het spitten oude verteerde stalmest of goed verteerde compost te strooien
en dat onder te spitten. Schuif steeds een beetje compost of stalmest in de
voor en spit daar weer een laag grond op.
Als u dit jaarlijks herhaalt, kunt u zelfs van arme zandgrond en zware
kleigrond prima tuingrond maken.
Bevroren vijvers:
Vijvers vriezen in een normale winter dicht en dat kan voor de waterdieren
vervelend zijn. Met een ijs vrijhouder houdt u een deel van het oppervlak
open, zodat er voldoende zuurstof in het water blijft voor de vissen. Kap
nooit met geweld een bijt in het ijs, door de plotselinge toename van druk
kunnen de zwemblazen van de vissen beschadigen.
In plaats van een ijs vrijhouder kunt u ook bossen bladriet
in het water steken. Ook dit zorgt ervoor dat er verbinding met de buitenlucht
blijft. In grotere vijvers kunt u een pompje laten draaien Zet de pomp op
een verhoging, zodat het betrekkelijk warme water op de bodem van de vijver
niet omhoog wordt gepompt. Die laag moet zoveel mogelijk met rust worden gelaten,
want daarin vertoeven de vissen en andere waterdieren. Zorg voor voldoende
licht onder het ijs door een deel van de vijver sneeuwvrij te houden.
De kuipplanten in de berging reageren ook op het lengen van de dagen en de
daarmee gepaard gaande hogere temperaturen op zonnige dagen. Hou deze planten
zo koel mogelijk en probeer het uitlopen zoveel mogelijk te vertragen. Stook
dus niet te veel, hou de planten aan de droge kant, zorg voor veel ventilatie
en lucht op zonnige dagen maximaal.
U kunt nu een begin maken met het verplanten. Het is echter
niet nodig om elk jaar alle kuipplanten een groter pot te geven. Verpot alleen
die planten die dringend een grotere pot of kuip nodig hebben. U kunt dat
ondervangen door de plant uit de kuip te halen en een deel van de oude grond
te vervangen door verse grond. Bekijk ook of door wortel – of taksnoei de
plant met voldoende nieuwe potgrond toch in dezelfde pot teruggezet kan worden.
Verpot de plant eerst en snoei darna en denk daarbij aan de vorm van
de plant en aan een evenwicht tussen wortels en takken: een sterke wortelsnoei
dient gepaard te gaan met sterke taksnoei.
De Voedselvoorziening voor de plant houdt u op peil door
tot september wekelijks plantenvoedsel te geven. U kunt ook langzaam werkende meststoffen aan
de nieuwe potgrond toevoegen. Na het verpotten moet u ook weer beginnen water
te geven.
Wieden:
Zelfs in de winter groeit het onkruid nog.
Kruiskruid, wilgenroosje en kleine veldkers zijn het hele jaar aanwezig
en staan soms in de winter in bloei. Het is daarom aan te raden om op een
mooie winterdag even een tuinronde te doen en eventuele onkruiden eruit te
trekken. Het heeft nu nog geen zin om te schoffelen of te hakken, omdat het
nauwelijks droogt, zullen de onkruiden niet doodgaan.
Het opnieuw opzetten van sneeuwklokjes doe ik niet, zoals bij de meeste andere
bolgewassen, in de herfst, maar in de winter direct na de bloei. De bollen
drogen dan niet uit en kunnen in verse grond verder groeien. Dat gaat als
volgt : steek met een spade voorzichtig het polletje sneeuwklokjes uit
de grond, schud de overtollige grond er zoveel mogelijk af en trek de grote
pol voorzichtig in stukjes met circa 5 tot 10 bolletjes. Deze kleine polletjes
plant u opnieuw uit, ongeveer even diep als ze voorheen stonden. Sneeuwklokjes
hebben een hekel aan verse mest.
Zomerbollen:
Nadat u vanaf midden oktober de bollen en knollen regelmatig gecontroleerd
heeft op ziekten en aantastingen, kunt u midden of eind februari beginnen
met ze voor te bereiden op de komende groeiperiode.
Knolbegonia’s kunt u in potgrond of vochtig turfmolm oppotten
en op een warme en lichte plaats neerzetten. Als ze eenmaal aan de groei zijn,
worden ze steeds meer afgehard totdat ze midden mei naar buiten kunnen.
Dahlia’s kunt u eveneens in kisten met vochtige turfmolm
leggen.
De jonge scheuten kunt u dan stekken
Appel
en perenbomen die vruchten dragen, moeten regelmatig worden gesnoeid om ze
jong en vruchtbaar te houden. Jonge fruitbomen echter moet u zo weinig mogelijk
snoeien. Wanneer u een jonge boom zou snoeien, gaat hij heel sterk groeien,
waardoor er te weinig energie overblijft voor vruchtvorming. U zult dan langer
moeten wachten op de eerste vruchten. Snoei jonge bomen alleen om een bepaalde
vorm te krijgen of om zieke takken te verwijderen.
Er worden nog te weinig heesters aangeplant, die’s winters bloemen. Wilgen
en hazelaars zijn niet direct geschikt voor de kleine tuin, maar de toverhazelaar
en vooral het meloenboompje of winterzoet.
Chimonanthus praecox
zijn fraai bloeiers met heerlijk geurende bloemen.
Het meloenboompje zou niet erg winterhard zijn maar de afgelopen strenge winters
heeft hij zonder schade doorstaan. U kunt hem kweken als vrijstaande struik,
maar ook als leiplant tegen een muur.
Ook het kleine heestertje Sarcococca
met opvallende witte bloemen, geurt lekker.
Idem zoals sneeuwklokjes. Ook met de grote pollen krokussen kun je zo handelen.
Spit de pollen uit de grond en let erop dat u voldoende diep steekt, want
soms zitten ze behoorlijk diep. Leg de bos krokussen op de grond en verdeel
hem voorzichtig in bosjes van ongeveer 5 tot 10 bolletjes. Voorkom zoveel
mogelijk beschadiging, want ze zijn in dit stadium wel vrij kwetsbaar. Het
grote voordeel van scheuren op dit moment is dat u precies weet welke pollen
te groot geworden zijn en dus gescheurd moeten worden. En u kunt ze nu natuurlijk
overal zien staan. Als ze gestorven zijn, is de standplaats haast niet meer
terug te vinden.
De kruipende boterbloem of Ranunculus repens is een wilde plant waar je in de tuin soms veel last
van kunt hebben. Het is vooral een lastpost tussen bodembedekkers en vast
planten en in heesterranden. Deze plant maakt bovengrondse uitlopers op dezelfde
wijze als aardbeien. De uitlopers wortelen overal en kunnen in een paar maanden
een groep bodembedekkers overwoekeren. De rozetten die vorig jaar gevormd
zijn, kunt u nu al tussen de bodembedekkers zien staan. Steek vroeg in het
jaar deze rozetten allemaal los en ruim ze op. Controleer de komende weken
regelmatig of er hier of daar nog een rozet achtergebleven is en verwijder
dat ook. Het opruimen gaat het best met een onkruidsteker of een spade waarmee
u de rozetten in de grond afsteekt. De wortels die in de grond achterblijven,
zullen niet weer opnieuw uitlopen.
Misschien hebt u al wel jaren een paar dahliaknollen waar
u eigenlijk een heel plukbed van wilt hebben. Het scheuren van grote knollen
schiet natuurlijk niet op en het plukbed laat zo lang op zich wachten. Zet
dan nu een een paar knollen in vochtige turfmolm
of scherp zand. Hou turfmolm of zand redelijk vochtig en zorg voor een aangename
kamertemperatuur en voldoende licht. Na een paar dagen beginnen dahlia’s uit
te lopen. De nieuwe scheuten kunt u er af snijden zodra ze ongeveer 7 tot
10 cm lang zijn. Zet deze scheuten in stekgrond en eind mei beschikt u over
een grote hoeveelheid jonge dahlia’s . Van een dahliaknol kunt u lange
tijd stekken oogsten.
Helleborus Orientalis en de vele
cultivars zijn de winterbloeiers bij uitstek. Helaas
zitten de bloemen vaak nogal verscholen onder het blad. Dat blad heeft de
plant nu niet meer nodig. Het dient voor de bloei als bescherming van de plant
en de knoppen, maar nu net voor de bloei kunt u zonder nadelige gevolgen het
meeste blad afknippen. Zo kunt u optimaal van de bloemen genieten. Bij Helleborus foetidus en cultivars
knipt u het blad echter niet af. Dit is niet wenselijk en niet nodig, want
mijn inziens is een cultivar als Helleborus Wester flisk naast een goede bloeier
ook een waardevolle bladplant.
Maagdepalm (vinca minor)
is een prachtige bodembedekker met in het voorjaar mooie blauwe bloempjes.
Maar vindt u het ook niet jammer dat die bloemen zo verborgen zitten onder
het blad. Daar is echter wel wat aan te doen. In februari pak ik een heggenschaar
en knip ik al deze planten op een hoogte van 5 cm af . Al snel daarna maakt
hij jonge scheuten vol bloemknoppen en de bloemen steken dan prachtig boven
het gewas uit. Nog een voordeel is dat de planten wat minder wild worden en
bijna tot een tapijt gekweekt kunnen worden. Ook epimedium
of elfenbloem moet u in februari van zijn oude blad ontdoen. Wacht daar wel
mee tot de ergste winter voorbij is, want anders kunnen de planten teveel
vorstschade krijgen.
In de herfst is het duidelijk dat je vaste planten nooit
moet afknippen. Maar nu wordt het wikken en wegen of je de schaar al moet
pakken of niet. Sommige planten maken alweer nieuwe scheuten. In dat geval
is het raadzaam om de oude stengels af te knippen om beschadiging van de zachte
scheuten op een op een later moment te voorkomen. Het afgeknipte materiaal
kunt u tot midden maart gewoon op de planten laten liggen. Dat geeft nog enige
bescherming tegen de kou, die we ongetwijfeld nog zullen krijgen. Alles wat
nog niet aan het uitlopen is, laat u met rust.
Veel vaste planten kunt u gemakkelijk bij de grond afbreken,
maar bij soorten zoals Echinops zitten de jonge
scheuten onderaan de oude stengel. Als u die stengel te laag afbreekt, gaat
de nieuwe scheut ook verloren. Bij dergelijke planten moet u een snoeischaar
gebruiken.
Binnenkort kunt u weer planten in een grotere pot zetten. Neem altijd een
pot die onderaan smaller is dan aan de bovenkant, omdat de plant anders met
geen mogelijkheid meer uit de pot te halen is op het moment dat hij weer een
maatje groter is gegroeid of de tuin in gaat. Neem een plastic pot als binnenpot
als u toch een bollende pot wilt gebruiken. Als u een pot neemt die kapot
kan vriezen, bekleed dan de binnenkant met BV noppenfolie en zet daar de plant
in. Zorg wel altijd voor een goede ontwatering. Dat betekent een flink gat
onderin de pot. En vergeet niet heetnoppenfolie aan de onderkant door te prikken.
De winter is een periode die bij uitstek geschikt lijkt om te snoeien. U hebt
goed overzicht in de takkenstructuur en er is nog weinig anders te doen. Veel
struiken kunt u behalve struiken die vorstgevoelig zijn, nu goed snoeien.
Met het verzorgen
van bomen kan u beter wachten tot het moment dat het blad weer aan de bomen
zit. Ten eerste omdat er soorten zijn die na snoei in deze periode gaan bloeien.
De boom bouwt druk op de takken om daarmee de knoppen te doen uitlopen. Haalt
u een tak van de boom, dan zet u feitelijk een ventiel open waarlangs de druk
ontsnapt. In het ergste geval zullen de knoppen in de top van de boom niet
meer uitlopen. De bomen verliezen bovendien veel suikerhoudend sap. Voorbeelden
van bomen die na snoeien in het voorjaar gaan bloeden, zijn berk, noot, vleugelnoot,
haagbeuk, en esdoorn en in mindere mate de paardekastanje.
Een andere reden om in de winter geen bomen te snoeien is
de snelheid waarmee bomen hun wonden afgrendelen voor schimmels. Die ligt
‘s zomers veel hoger dan in de andere jaargetijden.
U kunt daarom alle bomen het beste snoeien als er blad aanzit.
Bij vorstvrij weer kunt u onkruid wieden, snoeien, compost
strooien en eventueel plantvakken spitten
Schud na hevige sneeuwval de sneeuw voorzichtig van coniferen
Houdt de luchtvochtigheid in de kas in de gaten. Bij zonnig
weer wordt het al gauw te droog in de kas. Spuit het
gewas en tegels regelmatig nat.
Maak nu van kleigrond die voor de winter al gespit is, de
grove kluiten los.
Sneeuwklokjes en winterakonieten kunnen u nu, tijdens de
bloei, scheuren .
Snoei bladverliezende heesters en bomen. Snoei ook klimplanten
en vervang verroeste en slechte spandraden langs muren en pergola’s.
Haal zwerfblad van groenblijvende vaste planten af. Onder
een dergelijke laag afval kunnen dit soort planten gemakkelijk rotten.
Let erop dat u met het werken in de border of plantvakken
de punten van de bolgewassen niet beschadigt.
Bestel of koop zaad zodat het tijdig kan worden uitgezaaid.
Snijd kankerplek uit fruitboomstammen bedek de wond met
een speciaal wondafdekmiddel.
Maak alvast een ronde door de tuin om onkruiden te verwijderen.
Bladverliezende bomen of heesters kunt u in vorstvrije periode
verplanten.
Loop in vorstperiode niet over het gazon.
De zomer of herfstbloeier onder de heesters kunt u snoeien.
Te denken aan boerjasmijn, ranonkelstruik, deutzia
en weigela.
Maak aan het begin van deze maand de nestkastjes schoon
of hang nieuwe op.
Tuintip
algemeen:
Als
het niet vriest, is het nu een goede tijd om compost in de tuin onder te spitten.
Het beste is goed verteerde compost want dit is een prima bodemverteerbaar. Zware grond wordt er luchtiger van waardoor
de structuur en doorlaatbaarheid verbeterd.
Op lichte en zandgronden zal compost er toe bijdragen dat het voedsel
vanwege het hogere humusgehalte in de grond beter wordt vastgehouden.
Het
omspitten van de grond leidt er tevens toe dat tijdens de vorst de kluiten
verkruimelen en de grond een mooie op structuur krijgt.
Er
zijn tuinplanten die van een teveel aan water ernstig kunnen leiden. Denk hierbij aan sommige rotsplanten. Maak boven
deze planten een schuin afdakje van doorzichtige plaat.
Voorkom
ook dat bladhoudende planten tijdens een vorstperiode verdrogen. Door de zon verdampen ze wel water, maar kunnen
uit een bevroren bodem dus geen nieuw water opnemen. Dek ze tijdens deze vorstperiode af, wel direct
als het gaat dooien de bedekking weghalen.
Controleer
de tuin tussenbeide ook op onkruid. Vooral
tijdens het spitten verwijdert u de lastige kweekgrassen en wortelonkruiden.
Vergeet
niet vogelnestkastjes schoon te maken want ze zijn nu volop op zoek naar een
nestgelegenheid.
Nog
een herhalingstip: loop niet over bevroren of besneeuwde gazons of borders.
Tijdens
de winter kunt u mooi alle gereedschap, de grasmachine en dergelijke grondig
nazien en gebruiksklaar maken. Spaden, schoffels en snoeischaren kunt u met
een vijl weer scherp maken.
Tips
voor bloemschikkers:
Sommige
winterbloeiers zoals Helleborus,
Galanthus, Salix, Skimmia, Hamamelis mollis; Viburnum tinus kunnen door de bloemschikkers onder u in huis in een vaas worden gezet.
Takjes
van Forsythia kunt u indien het inmiddels een paar weken goed koud is geweest,
afknippen en binnen in bloei laten komen.
INDEX |