![]() |
|
DOEN
IN MEI.
Als het water
in mei weer wat op temperatuur komt, kunt u te groot geworden exemplaren van de
waterlelie delen. Vrij groeiende waterplanten zoals lidsteng, kalmoes, grote
boterbloem, snoekkruid en zwanebloem kunt u ieder jaar flink uitdunnen. Oevers
van kunststofvijvers kunnen ook met diverse planten worden beplant.
Een zeer dankbare plant is
penningkruid, verder kunt u zenegroen, cotula,
goudveil, veronica, vrouwenmantel en masachtige saxifrage voor dit
doel gebruiken.
De waterlelie kunt u tevens in stukken
breken en apart opplanten. De waterlelie
heft een kleiachtige grond nodig om goed te kunnen bloeien. Controleer ook of
de vissen geen ziekten hebben, indien nodig behandel ze dan. Wees tijdens de schoonmaak voorzichtig met
kikkers en salamander, voorkom dat u ze beschadigt of erger.
Bontbladige planten:
Controleer alle
heesters en klimplanten met bont blad of er geen scheuten met egaal groen blad
zijn ontstaan.
Het komt bij bontbladige planten vaak
voor dat er enkele takken terugvallen naar groen blad, zoals bij deze klimop. Knip
deze takken helemaal weg. Gebeurt dit niet, dan kunnen de sterkere groene
scheuten uiteindelijk de overhand krijgen.
Het gazon:
Het gazon
vraagt meer tijd dan we er soms voor over hebben. Met warm weer moet er soms
wel drie keer per veertien dagen worden gemaaid. Sommigen denken de remedie hiertegen
gevonden te hebben door maar geen mest meer te strooien. Maar dat is duidelijk
niet de oplossing. In een voedselarme grasmat gaan sterke en minder mooie
soorten gras overheersen. Dat zijn in het algemeen
hoge en taaie grassen die op den duur tot een grof en lelijk gazon leiden. Bovendien krijgt het onkruid zoals paardenbloemen, madeliefjes en weegbree hier sneller de overhand.
Verwijder het onkruid met een lang mes of een onkruidtrekker. Klaver is ook
onkruid.
Dicentra spectabilis is een opvallende voorjaarsbloeier die kort na
de bloei weer afsterft. Geef deze soort daarom een zodanige plek in de tuin dat
de lege plek de rest van het seizoen aan het oog wordt onttrokken of door een
andere soort wordt opgevolgd. Dicentra spactabilis of gebroken hartjes houdt van humusrijke en
voedzame grond. Het liefst heeft hij halfschaduw. Ondanks de broze, waterige
stengels en het fijne blad is het een sterke vaste plant die in veel tuinen voorkomt.
Water geven in
de tuin moet u tot een minimum beperken. De planten mogen niet lui worden, maar
moeten het water zelf in de grond gaan zoeken. Ze maken dan een goed
wortelsysteem en krijgen een stevig en gezond uiterlijk. Toch is het vaak in de
maand mei zo droog dat de pas uitgelopen planten staan te verwelken. In die
periode is het wenselijk om te sproeien. Doe dat bij voorkeur aan het eind van
de dag of s’ochtends vroeg. De planten verbranden als ze tijdens zonneschijn gesproeid
worden, is een fabeltje
Voorjaarsnoei;
De voorjaarbloeiende heesters worden
pas na de bloei gesnoeid. Als dit soort gewassen in de winter wordt gesnoeid,
worden alle bloemtakken weggenomen en zit u in het voorjaar met een matig
bloeiende tot niet bloeiende struik. Het snoeien vindt plaats direct na de
bloei . De Forsythia is een van de meest sprekende voorbeelden, maar deze
voorjaarsnoei geldt ook voor Spirea vanhouttei,
Spirea x arguta, het amandelboompje Prunus triloba en Ribes.
Zomerbloeiende bolgewassen:
De
zomerbloeiende bolgewassen kunnen nu buiten geplant worden. Ze hebben meestal
een of twee weken nodig om boven de grond te komen. Als ze boven de grond zijn
terwijl er nog nachtvorst wordt verwacht, kunt u er een grote terracotta
bloempot over heen zetten.
De gewortelde stekken van dahlia’s zet
u na half mei wanneer de ijsheiligen voorbij zijn in de tuin. Deze stekken
zullen hetzelfde jaar nog een rijke bloei geven . Diverse bolgewassen kunt u
voortrekken door ze op te potten en in een kas te zetten. Zet deze
voorgetrokken gewassen ook pas na de ijsheiligen buiten.
Vaste planten:
Vaste planten
kunnen het hele seizoen door worden geplant. In droge, warme perioden moet u er
wel op letten dat pasgeplante gewassen voldoende water krijgen. U kunt de
verdamping bij deze planten aanmerkelijk verminderen door ze af te knippen. Dat
lijkt misschien jammer, maar de planten zullen dan snel aanslaan en zich al
gauw goed ontwikkelen. Dat is beter dan maanden tegen een zieltogende plant te
moeten aankijken. Uitgebloeide vaste planten kunt u na de bloei scheuren. Dat
geldt vooral voor Aubrieta, Arabis, Alyssum en Iris Pioenen staan nu ook in bloei, maar die
moeten na de bloei met rust gelaten worden . Hoe langer die vaststaan, hoe
beter het is
Sommige
tuiniers snoeien hun haag bijna iedere maand, anderen beperken het over twee of
drie keer per jaar. De voor hagen gebruikte heesters hebben het vermogen om
steeds weer uit te lopen en eigenlijk kan er met het snoeien dan ook nauwelijks
wat mis gaan . Toch even een paar aanwijzingen. Coniferen kunnen in mei nog
worden gesnoeid. Doe dat wel op een bewolkte dag want anders kan er verbranding
optreden. Snoei coniferen nooit terug tot het kale hout, want hier zitten geen
knoppen meer die nog kunnen uitlopen. Een uitzondering is Taxus, maar die
snoeit u bijvoorkeur in het vroege voorjaar. Buxus en liguster zijn sterke
heesters .
Veel snoei leidt tot een zeer dichte,
bijna architectonische heg. Snoei grootbladige heesters, zoals laurier kers,
niet met een heggeschaar maar met een snoeischaar, om
onnodige bladschade te voorkomen . De beste tijd darvoor is het vroege voorjaar
of aug -sept . Nu kunt
u dat beter niet doen.
Snoeien van seringen:
De seringen
kunnen eind mei worden gesnoeid. Ze zijn dan uitgebloemd en de oude bloemen
moeten toch weggebroken worden om zaadzetting en krachtverlies te voorkomen. Als
u seringen goed snoeit, hebben ze nog voldoende tijd om nieuwe, krachtige
scheuten te maken, die u volgend jaar weer met heerlijke ruikers zullen
verwennen.
Bloembakken:
Op een balkon
of terras kunt u maandenlang plezier van een bloembak hebben. Zorg er wel voor
bakken met voldoende afwateringsgaten. Onderin de bak komt een
laag potscherven, stryporbrokken of hydrokorels. Vul de
bak daarna met potgrond, waaraan langzaamwerkend plantenvoetsel is toegevoegd. Maak met de hand een plantgat
en zet de plant hierin. Druk de grond vervolgens stevig aan, en de plant kan
gaan groeien.
Als u geen plantenvoedsel door de grond
mengt, moet u na een maand wekelijks voedsel geven. Verder moet u elke dag
controleren of de planten nog voldoende water hebben . Als u de uitgebloeide
bloemen steeds verwijdert, verlengt u de bloeiperiode.
Correctiewerk:
Klim – lei- en slingerplanten tegen muren en pergola’s moeten
steeds worden bijgehouden. Als u deze
planten ongestoord hun gang laat gaan, kunt u na een paar maanden het huis niet
meer binnen.
Dat opbinden en leiden is altijd een
kwestie van plussen en minnen: moet deze scheut nu worden opgebonden, mag die
tak blijven zitten? Slappe, dunne takken mogen weg, stevige takken worden aangehouden.
Verder is het belangrijk dat het muurvlak of de pergola goed met takken wordt bedekt.
Daarom kan een wat minder goede tak soms toch de voorkeur hebben boven een heel
mooie twijg. De afhangende takken van Campsis moet u
zoveel mogelijk laten zitten. Hieraan komen namelijk de prachtige
trompetbloemen.
Hangmandjes:
De hangmandjes of hangingbaskets
kunt u nu beplanten. Geschikte soorten zijn onder meer Bidens,
Surfinia’s en andere rankende Petunia’s.
Million Bells, hangfuchsia’s, Brachycome en bonte hondsdraf. In een rijk ogende hangmand mag het zilver – of goudkleurige
bladplant Helichrysum eigenlijk ook niet
ontbreken. Het beplanten van de mandjes
gaat goed als u het mandje met de onderkant in een grote bloempot of emmer zet.
Het mandje staat nu stevig en u kunt de planten er zonder problemen in zetten. Aan
de binnenkant komt eerst een laagje veemos of een cocoliner,
onderin komt dan een speciale inleg of stukje plastic en daarna wordt de mand
gevuld met grond . U kunt de mand zowel bovenin als aan de zijkanten beplanten.
Bij beplanting aan de zijkant dient u in de cocoliner
gaten te maken. Bij gebruik van veenmos kunt u volstaan met het veenmos iets
aan de kant te duwen.
Kuipplanten kunnen naar buiten:
De
vorstgevoelige kuipplanten kunnen midden mei naar buiten . Zet ze eerst op een
niet te zonnige plek en laat ze langzaam aan de zon wennen. Ondanks die extra
zorg kan er toch nog zonnebrand optreden.
Knip de verbrande bladeren er maar af,
want die herstellen zich niet meer. Het kan zijn dat de planten in de
winterberging erg zijn gerekt . Knip de lange stengels dan nog een keer af .
Vanaf nu is het belangrijk dat deze
planten regelmatig water en voedsel krijgen.
Tips voor bloemschikkers:
Het is tijd voor fraaie bloesemtakken
zoals Prunus en Malus. Maar ook sommige vaste planten gaan hun bloemen schenken
zoals Iris Germanica, Bergenia,
convallaria en Dicentra. U kunt ze in tere
voorjaarsboeketten of in bloemrijke arrangementen verwerken.
Tuintips algemeen:
Uitgebloeide bolgewassen kunt u rooien en op een minder opvallende plaats
opkuilen om af te laten sterven
Voorjaarsbloeiende heester zoals Spirea vanhouttei
en S. x arguta, Forsythia en sierbes snoeit u na
de bloei oude takken diep terugsnoeien
Uitgebloemde clematis
terugknippen
Controleer dagelijks de kuipplanten en hangmandjes van voldoende water en
wekelijks plantenvoedsel
Haal wilde scheuten van rozen weg, zodra ze zichtbaar zijn
Klimplanten groeien nu snel: het is belangrijk om ze deze maand goed te
leiden
In pot gekweekte planten kunt u nu nog tussen de andere vaste planten zetten.
Ze groeien dan gelijk op met de rest en zorgen voor een gesloten beplanting
Eenjarige en andere vorstgevoelige planten pas na half mei buiten zetten
U kunt nu goed een nieuw gazon van graszoden aanleggen. In droge perioden
het nieuwe gazon regelmatig sproeien
Snoei voorjaarbloeiende heesters onmiddellijk na de bloei
Verwijder teveel vijverplanten om dichtgroeien van de vijver te voorkomen
Bij bontbladige bomen en heesters de takken met groene bladeren uitknippen
Potplanten voor het terras kunt u nu goed verpotten