![]() |
|
AALTJES
WAT ZIJN AALTJES
Aaltjes worden
ook draad- of rondwormen genoemd. De wormen zijn doorzichtig en met het blote
oog nauwelijks te zien. Ze worden in de
meeste gevallen niet groter dan 1 mm en bewegen zich slingerend door de grond.
Er zijn drie soorten:
Wortelknobbelaaltjes: deze leggen hun eieren in de wortels, waardoor een gezonde groei van de
planten wordt verstoord.
Wortelaaltjes
komen voor in grove en zanderige grond.
Ze vreten de wortels aan of nestelen zich in de wortelschors. De wortels worden bruin of sterven af, de
planten verkommeren massaal.
Cysteaaltjes:
veroorzaken bij het eieren leggen speldenknop grote cysten op de wortels.
Daarin kunnen de eieren een of twee jaar overleven. De larve komen in de aarde terecht, waar ze
zich tot volwassen dieren ontwikkelen.
VERZORGING
Er bestaan geen
chemische bestrijdingsmiddelen tegen aaltjes.
Meestal komen ze voor in de grond die door eenzijdige teelten uitgeput
is. Zorg voor vruchtwisseling, gemengde teelten, groenbemesting met
aaltjeswerende planten en een verstandige keuze uit gezonde of zelfs aaltjes
immune soorten en rassen. Dit zijn eenvoudige adviezen, die u de garantie geven
dat de aaltjes niet de overhand krijgen.
HOE VOORKOMEN
Plant dezelfde
groenten liever pas na drie of vier jaar weer op dezelfde plaats.
Gemengede teelten
voorkomen dat de grond eenzijdig uitgeput raakt en anderzijds te veel
afscheidingen van dezelfde planten moet opnemen.
Zet aaltjes
werende planten tussen de groenten, voorbeeld: Afrikaantjes – Tagetes, Goudsbloem – Calendula officinalis en Kokardebloemen – Gaillardia
pilchella.
Daarmee voorkomt u ernstige aantastingen en bovendien ziet het er
fleurig uit.
Een kuur met
bladrammenas (Pegletta), witte mosterd (Maxi) of een
groen bemestingsmengsel tegen aaltjes doodt de schadelijke diertjes.
TIP
De werking van
aaltjes werende planten loopt nogal uiteen. Sommige planten verdrijven de
dieren door hun stofwisseling producten. Andere planten kunnen wel worden
aangetast, maar verzwakken de aaltjes in hogemate,
zodat ze langzamerhand uitsterven. Voorbeelden van deze laatste groep planten
zijn bladrammenas en de nieuwere rassen van witte mosterd. Deze planten hebben bovendien een genezende
werking op de grond. Vermoeide,
uitgeputte grond komt weer tot leven en de rijpheid van de bodem wordt
gestimuleerd.
SAMENVATTING
In het voorjaar
maak je de grond dieplos en werk er compost of langzaamwerkende
organische mest door. Zure Ph-neutrale grond
verrijken met algenkalk, magnesiumkalk of steenmeel. Bij ernstige aantastingen groenbemesting
zaaien als aaltjesbestrijder. Afrikaantjes (Gaillardia)
tussen de groenten planten.
In de zomer
controleer je de planten regelmatig. Vernietig aangetaste planten en versterk
gezonde planten door vloeibare mest toe te dienen. Bij veel problemen met aaltjes kunt u in het
najaar planten zaaien die aaltjes verdrijven of doden. Laat deze tot het
voorjaar staan. Veder de grond losmaken
en met compost of algenkalk verrijken.